Aalscholver weetjes: 8 verrassende feiten over deze duikvogel

De aalscholver is een van de meest opvallende watervogels van Nederland, en er valt veel meer over hem te weten dan je denkt. Zo kan hij tot meer dan 30 meter diep duiken, droogt hij zijn vleugels daarna altijd uitgespreid in de zon, en begint zijn broedseizoen soms al in december. Hieronder de meest opvallende aalscholver weetjes op een rij.

De aalscholver droogt zijn vleugels, en dat heeft een reden

Het bekendste beeld van de aalscholver is dat hij met gespreide vleugels op een paal of boom zit. Dit gedrag heeft een praktische oorzaak: zijn veren zijn minder waterafstotend dan die van bijvoorbeeld een eend. Daardoor worden zijn vleugels nat tijdens het duiken. Dat klinkt als een nadeel, maar het heeft ook een voordeel: doordat zijn veren water opnemen, verliest hij drijfvermogen en kan hij veel makkelijker naar de bodem duiken. Na het vissen moet hij zijn vleugels dan wel uitspreiden om ze te laten drogen, anders kan hij niet goed vliegen.

Hij duikt dieper dan je verwacht

Aalscholvers zijn indrukwekkende duikers. Ze kunnen tot wel 30 à 45 meter diep gaan en houden hun adem daarbij tot circa 60 seconden in. Onder water bewegen ze zich voort met hun krachtige poten en gebruiken ze hun vleugels nauwelijks. Hun ogen zijn speciaal aangepast aan zien onder water: ze kunnen de lensdikte razendsnel aanpassen, zodat ze ook op diepte scherp zien en raak schieten op vis.

Meerdere aalscholver weetjes over het broedgedrag

Aalscholvers broeden in kolonies, soms met honderden paren bij elkaar. Opvallend is dat het broedseizoen al in december kan beginnen, veel vroeger dan bij de meeste andere vogels in Nederland. Ze bouwen hun nesten het liefst in bomen, maar nestelen ook op beschutte eilanden als er geen geschikte bomen beschikbaar zijn. Beide ouders broeden afwisselend en voeden de kuikens met opgegeven vis.

De nesten worden elk jaar opnieuw gebruikt en uitgebouwd, waardoor ze steeds groter worden. Grote nestkluwen van takken zijn dan ook een veelvoorkomend zicht in aalscholverkolonies. Door de uitwerpselen van grote kolonies kunnen bomen na verloop van tijd afsterven, wat de aalscholver niet bij iedereen even populair maakt.

Zoet én zout water: hij is overal thuis

De aalscholver is niet kieskeurig als het gaat om zijn leefomgeving. Hij leeft bij zowel zoet als zout water: meren, rivieren, estuaria en kustgebieden. In Nederland zie je hem dan ook langs de grote rivieren, in het IJsselmeer, op de Zeeuwse delta en langs de kust. Zijn voorkeur gaat uit naar visrijk water met rustige plekken om te rusten en te nestelen.

Vis staat centraal in zijn dieet

Vis is vrijwel het enige wat een aalscholver eet. Hij jaagt actief, soms alleen, soms in groepen. Een volwassen aalscholver eet naar schatting 400 tot 500 gram vis per dag. Bij grote kolonies in visrijke gebieden kan dat leiden tot conflicten met beroepsvissers en sporthengelaars. Om die reden is de aalscholver in sommige landen onderwerp van debat over beheer en aantallen.

Hij is geen kleine vogel

De grote aalscholver (de soort die je in Nederland het meest ziet) heeft een vleugelspanwijdte van 80 tot 100 centimeter en weegt gemiddeld 2 tot 2,5 kilogram. Daarmee is hij een stevige vogel, duidelijk groter dan een eend maar kleiner dan een ooievaar. Hij heeft een donker, bijna zwart verenkleed met een witte keelzak en in de broedtijd witte vlekken op de dijen.

De aalscholver was bijna verdwenen uit Nederland

In de twintigste eeuw stond de aalscholver in Nederland onder grote druk door vervolging, pesticiden en verstoring van broedplaatsen. De stand daalde sterk. Na bescherming en herstel van leefgebieden herstelden de aantallen zich goed. Inmiddels broedt er in Nederland een grote, gezonde populatie, al zijn de exacte aantallen per jaar wisselend door onder andere weersomstandigheden en visstand.

Hij is al duizenden jaren bekend bij de mens

Aalscholvers worden al eeuwenlang gebruikt door mensen om vis te vangen, een techniek die in China en Japan al meer dan duizend jaar oud is. Daarbij wordt een touw of ring om de nek van de vogel gedaan zodat hij grotere vissen niet kan doorslikken. Die legt hij dan af bij de visser. In Europa is deze traditie minder ingeburgerd, maar in Azië bestaat ze nog altijd als cultureel erfgoed en toeristische attractie.

De aalscholver is kortom een vogel vol verrassingen: een topduiker met natte vleugels, een vroege broeder, een veelvraat voor vis en een soort met een rijke geschiedenis naast de mens. Wie hem de volgende keer met gespreide vleugels op een paal ziet zitten, weet dat er achter dat stille beeld een heel bijzonder dier schuilgaat.