Alpaca weetjes: 15 verrassende feiten over deze bijzondere dieren
Alpaca’s zijn fascinerende dieren met heel wat verrassende eigenschappen. Ze worden ouder dan de meeste mensen denken, bevallen bij voorkeur op zonnige dagen en communiceren op manieren die je misschien niet verwacht. Hieronder vind je de leukste en meest opvallende alpaca weetjes op een rij.
Alpaca weetjes die je verrassen
Een alpaca kan tussen de 15 en 25 jaar oud worden. Dat is opmerkelijk lang voor een dier van dit formaat. Ter vergelijking: een schaap wordt gemiddeld zo’n 10 tot 12 jaar oud. Alpaca’s zijn dus echte langlevende dieren.
Een ander opvallend feit heeft te maken met de geboorte. Een alpaca bevalt opvallend vaak op een zonnige dag. Dat is geen toeval: de cria (zo heet een pasgeboren alpaca) moet zo snel mogelijk drogen. In de vrije natuur is een natte en kwetsbare cria erg gevoelig voor onderkoeling. Door overdag te bevallen, bij voorkeur in de zon, vergroot de moeder de overlevingskansen van haar jong aanzienlijk.
Alpaca’s worden niet ingedeeld als schapen of geiten, maar als kameelachtigen. Ze horen bij de familie Camelidae, net als lama’s, kamelen en dromedarissen. Die familieband zie je terug in hun gedrag: net als kamelen spugen ze als ze zich bedreigd of geïrriteerd voelen.
Wat alpaca’s uniek maakt ten opzichte van lama’s
Veel mensen halen alpaca’s en lama’s door elkaar, maar ze verschillen behoorlijk. Alpaca’s zijn een stuk kleiner. Een volwassen alpaca weegt gemiddeld tussen de 50 en 90 kilogram, terwijl een lama al snel 100 tot 180 kilogram kan wegen. Ook het doel verschilt: lama’s werden van oudsher gebruikt als lastdier, alpaca’s worden voornamelijk gehouden voor hun wol.
De oren van een alpaca zijn kort en recht. Bij een lama zijn de oren langer en wat meer gebogen. Dat is een makkelijke manier om de twee te onderscheiden als je ze naast elkaar ziet staan.
De wol van een alpaca
Alpacawol is zachter dan schapenwol en bevat geen lanoline, het vettige was dat in schapenwol zit. Dat maakt alpacavezel van nature hypoallergeen voor veel mensen die normaal gesproken jeuk krijgen van wol. Er zijn twee alpacatypen: de huacaya en de suri. De huacaya heeft een pluizig, wollig vlies dat doet denken aan een teddybeer. De suri heeft lange, glanzende lokken die meer op zijde lijken.
Een alpaca wordt één keer per jaar geschoren, meestal in het voorjaar. Dat levert per dier gemiddeld zo’n 2 tot 4 kilogram vezels op. De wol wordt onderverdeeld in kwaliteitsklassen op basis van vezeldikte, uitgedrukt in micron. Hoe lager het aantal micron, hoe zachter de vezels.
Gedrag en communicatie
Alpaca’s zijn sociale kuddedieren. Ze voelen zich alleen goed in de aanwezigheid van soortgenoten en kunnen stress en gezondheidsproblemen ontwikkelen als ze alleen gehouden worden. Ze communiceren met elkaar via een zacht gebriezel en door hun oren en staart te bewegen. Dat hummen is hun meest gebruikte geluid en geeft van alles aan: tevredenheid, nieuwsgierigheid of onrust.
Spugen doen alpaca’s vooral onderling, om rangorde te bepalen of voedsel te beschermen. Naar mensen spugen ze minder snel, maar het kan gebeuren als ze zich echt bedreigd voelen. Het spuug bestaat dan meestal uit gras of halfverteerd voedsel, wat direct de geur verklaart.
Herkomst en geschiedenis
Alpaca’s stammen af van de vicuña, een wild levend Zuid-Amerikaans dier. Ze werden duizenden jaren geleden door de Inca’s gedomesticeerd in de hooglanden van Peru, Bolivia en Chili. De Inca’s beschouwden alpacawol als een koninklijk materiaal, dat alleen voor de elite was bedoeld. Vandaar dat alpacavezel ook wel “het goud van de Andes” wordt genoemd.
Pas in de negentiende eeuw raakten alpaca’s bekend buiten Zuid-Amerika, toen de Britse textielindustrie de waarde van de vezel ontdekte. Tegenwoordig worden alpaca’s wereldwijd gehouden, ook in Nederland en België.
Wat alpaca’s eten
Alpaca’s zijn grazers die voornamelijk gras eten. Ze hebben een efficiënt spijsverteringssysteem met drie maagcompartimenten, waardoor ze het meeste uit hun voedsel halen. Daardoor zijn ze goedkoper in onderhoud dan veel andere dieren van vergelijkbare grootte. Ze eten ook hooi en drinken relatief weinig water vergeleken met andere grote dieren.
Hun tanden zijn aangepast aan grazen: de onderste voortanden snijden gras af tegen een harde tandplaat bovenin de mond. Ze hebben geen bovenste voortanden, wat ook een duidelijk kenmerk is dat je kunt zien als je ze van dichtbij bekijkt.
Alpaca’s zijn in veel opzichten bijzondere dieren: van hun lange levensduur en slimme geboorteplanning tot hun zachte wol en rustige karakter. Of je ze nou tegenkomt op een kinderboerderij of in een weiland langs de weg, er valt altijd iets nieuws te ontdekken aan deze opmerkelijke kameelachtigen.
Weetjes: de leukste en meest verrassende feiten op een rij
Olifanten weetjes: 15 verrassende feiten over het grootste landdier
Weetjes over vulkanen: 10 verrassende feiten die je verbazen