Pinguïn weetjes: 12 verrassende feiten over deze bijzondere vogel

Pinguïns zijn een van de meest herkenbare dieren ter wereld, maar er valt veel meer over ze te weten dan dat ze niet kunnen vliegen. Van de kleinste soort ter wereld tot hun bijzondere sociale gedrag: pinguïn weetjes zijn zowel verrassend als fascinerend. Hieronder vind je de leukste en meest opvallende feiten op een rij.

Er zijn zeventien soorten pinguïns, en ze leven niet allemaal in de kou

De meeste mensen denken dat pinguïns alleen op Antarctica leven, maar dat klopt niet. Van de zeventien pinguïnsoorten wonen er maar een paar in ijskoude omgevingen. Andere soorten leven in Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika, Australië en zelfs op de Galapagoseilanden, vlak bij de evenaar. De omgeving verschilt sterk per soort, maar ze hebben allemaal een voorkeur voor de zuidelijke helft van de aardbol.

De kleinste pinguïnsoort ter wereld is de dwergpinguïn, ook wel kleine pinguïn of fairy penguin genoemd. Die leeft in Nieuw-Zeeland en Australië en wordt tussen de dertig en veertig centimeter groot. Ter vergelijking: een keizerspinguïn kan meer dan een meter hoog worden en tot 45 kilogram wegen.

Pinguïns kunnen niet vliegen, maar zijn wel uitstekende zwemmers

De vleugels van een pinguïn zijn in de loop van miljoenen jaren veranderd in vinnen. Daarmee zwemmen ze met verbluffende snelheid door het water. Een keizerspinguïn kan tot ruim 35 kilometer per uur halen in het water. Onder water kunnen ze ook heel lang blijven: keizerspinguïns duiken soms meer dan 500 meter diep en houden hun adem wel 20 minuten vol.

Op het land bewegen pinguïns wat onhandig, maar ze compenseren dat met een slimme truc: op gladde sneeuw en ijs schuiven ze op hun buik naar voren. Dat heet tobogganing en is zowel efficiënt als grappig om te zien.

Pinguïns zijn trouwe dieren met een sterk sociaal leven

Veel pinguïnsoorten kiezen ieder seizoen dezelfde partner. Ze herkennen elkaar aan hun roep, zelfs in een kolonie van duizenden vogels. Keizerspinguïns zijn beroemd om hun broedgedrag: het mannetje houdt het ei warm op zijn poten, onder een speciale huidplooi, terwijl het vrouwtje weken- tot maandenlang op zee vist. Daarvoor houdt hij soms meer dan twee maanden lang bijna niets gegeten.

Pinguïnkolonies kunnen enorm zijn. Sommige kolonies tellen honderdduizenden dieren. Ze nestelen dicht bij elkaar voor extra warmte en bescherming. In een groep wiegen ze zelfs gezamenlijk mee om warmte te bewaren, een gedrag dat wetenschappers “de pinguïngolf” noemen.

Het verenpak van een pinguïn is een ingenieus systeem

Pinguïns hebben geen gewone veren zoals andere vogels. Hun veren zijn kort, dicht opeengepakt en waterafstotend. Ze werken als een droogpak: de buitenkant wordt nat, maar de huid daaronder blijft droog en warm. Onder de huid zit bovendien een dikke vetlaag die ze isoleert in koud water.

Eén keer per jaar ruien pinguïns alle veren tegelijk in een korte periode. Tijdens die rui kunnen ze niet zwemmen en dus ook niet jagen. Ze eten zich in de weken ervoor dik om die periode te overleven.

Pinguïns drinken zout water

Op zee drinken pinguïns gewoon zeewater, want er is weinig anders beschikbaar. Ze hebben een speciaal klier boven hun ogen, de supraorbitaalklier, die het zout uit het bloed filtert. Het overtollige zout verlaten het lichaam via de snavel, soms ook via niezen. Een handig systeem dat mensen uiteraard niet hebben.

Bijzondere pinguïn weetjes die je misschien niet wist

  • Pinguïns geven elkaar stenen als cadeau. Bij kiezelstrandnestende soorten, zoals de ezelspinguïn, geven mannetjes een mooie steen aan het vrouwtje als onderdeel van het baltsritueel.
  • Pinguïns gebruiken hun donkere rug en witte buik als camouflage. Van boven lijken ze op de donkere oceaanbodem; van onderaf vallen ze nauwelijks op tegen het lichte oppervlak.
  • Pinguïnkuikens worden geboren met een zacht donspak. Dat beschermt hen tegen de kou, maar het is niet waterafstotend. Ze kunnen pas zwemmen als de echte veren zijn gegroeid.
  • Wereld Pinguïn Dag is op 25 april. Op die datum beginnen Adeliepinguïns traditioneel hun jaarlijkse migratie naar het noorden.
  • Pinguïns leven gemiddeld 15 tot 20 jaar in het wild, afhankelijk van de soort. In gevangenschap worden sommige exemplaren ouder dan 30 jaar.

Pinguïns zijn veel meer dan schattige zwart-witte vogels. Ze zijn aangepast aan extreme omstandigheden, sociaal intelligent en biologisch indrukwekkend. Of je nu de kleine dwergpinguïn van Nieuw-Zeeland vergelijkt met de reusachtige keizerspinguïn op Antarctica: elke soort heeft zijn eigen verrassende kanten. Wie eens goed naar ze kijkt, snapt meteen waarom ze wereldwijd zoveel mensen fascineren.