Vleermuis weetjes: 15 verrassende feiten over dit bijzondere dier

Vleermuizen zijn de enige zoogdieren die écht kunnen vliegen, en dat is meteen één van de meest opvallende vleermuis weetjes. Maar er is veel meer te ontdekken over deze nachtelijke dieren. Ze navigeren in het pikkedonker, slapen ondersteboven en leven veel langer dan je zou verwachten voor een zo klein beestje. Hieronder vind je de meest interessante en verrassende feiten op een rij.

Ze zien helemaal niet zo slecht als je denkt

Het gezegde “blind als een vleermuis” klopt niet. Vleermuizen hebben kleine oogjes, maar die zijn heel lichtgevoelig. Zelfs in de avondschemering zien ze goed, net als andere zoogdieren. Overdag zien ze minder scherp, maar dat maakt niet uit: dan slapen ze.

Tropische vleermuizen die van fruit en nectar leven, hebben soms zelfs uitstekende ogen met goed kleurenzicht. Echolocatie en zicht werken bij vleermuizen samen, niet als vervanging van elkaar.

Echolocatie: vliegen op geluid

De meeste vleermuizen navigeren en jagen via echolocatie. Ze sturen ultrageluid uit door hun mond of neus, en luisteren naar de echo die terugkaatst. Zo weten ze precies waar een insect zich bevindt, zelfs in totale duisternis. De geluiden liggen boven het menselijk gehoor (boven 20.000 Hz), dus je hoort ze zelf niet.

Een vleermuis kan met echolocatie een draad van minder dan een millimeter dik in het donker ontwijken. Dat is een precisie die de meeste technische apparaten niet halen.

Ze eten enorm veel insecten

Een gewone dwergvleermuis (de meest voorkomende soort in Nederland) weegt maar 3 tot 8 gram, maar eet elke nacht honderden tot duizenden insecten. In één nacht kan een vleermuis tot de helft van zijn eigen lichaamsgewicht aan insecten opeten. Voor boeren en tuinders zijn vleermuizen daardoor heel nuttig: ze houden muggen, mugjes en andere insecten in toom zonder enig bestrijdingsmiddel.

Vleermuizen worden verrassend oud

Voor een klein zoogdier leven vleermuizen opvallend lang. Een muis van vergelijkbaar gewicht wordt hooguit 2 jaar oud. Een vleermuis kan 20 tot 30 jaar oud worden in het wild. De recordhouder is een kleine bruine vleermuis uit Noord-Amerika die meer dan 40 jaar oud werd. Wetenschappers onderzoeken dit actief, omdat vleermuizen aanwijzingen kunnen geven over veroudering bij zoogdieren.

Ze slapen ondersteboven en dat is niet toevallig

Vleermuizen hangen ondersteboven omdat hun poten anders zijn gebouwd dan die van andere zoogdieren. De spieren en pezen in hun pootjes zijn zo ingericht dat ze automatisch vasthouden als ze ontspannen. Hangen kost ze dus geen energie. Loslaten juist wel: daarvoor moeten ze actief spierkracht gebruiken. Als een vleermuis sterft terwijl ze hangt, blijft ze soms nog even hangen.

Deze houding beschermt ze ook. Hoog hangend in een grot, schuur of holle boom zijn ze moeilijk bereikbaar voor roofdieren.

Winterslap: maanden zonder eten

In de winter zijn er nauwelijks insecten te vinden in Nederland en België. Vleermuizen lossen dat op door in winterslaap te gaan, ook wel winterslap of torpor genoemd. Hun lichaamstemperatuur daalt bijna naar de omgevingstemperatuur, hun hartslag zakt van honderden slagen per minuut naar soms minder dan tien. Ze leven dan op hun vetreserves.

Ze overwinteren op vorstvrije plekken: grotten, bunkers, kelders en spouwmuren. Stoor je een vleermuis tijdens de winterslap, dan kost hem dat veel energie om weer op te warmen. Dat kan fataal zijn.

Bijna alle vleermuizen krijgen maar één jong per jaar

Vleermuizen paren in de herfst, maar de bevruchting wordt uitgesteld tot het voorjaar. Vrouwtjes baren dan meestal één jong, zelden twee. Het jong is bij de geboorte al relatief groot en wordt snel zelfstandig. Binnen zes weken leert het jong vliegen. Omdat ze maar zo weinig jongen krijgen, is elke vleermuis belangrijk voor de populatie. Dat maakt ze extra kwetsbaar voor bedreigingen.

Ze zijn beschermd bij wet

Alle vleermuissoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming. Het is verboden om vleermuizen te vangen, te doden of hun verblijfplaatsen te verstoren. Dat geldt ook voor renovaties: als een spouwmuur of dakruimte bewoond is door vleermuizen, mag je daar niet zomaar in werken zonder ontheffing. De Zoogdiervereniging houdt in Nederland bij welke soorten waar voorkomen.

Snelle feiten over vleermuizen

  • Er zijn wereldwijd meer dan 1.400 soorten vleermuizen, ongeveer een kwart van alle zoogdiersoorten.
  • In Nederland komen 18 soorten voor.
  • Vleermuizen zijn geen knaagdieren; ze zijn nauwer verwant aan spitsmuizen en egels.
  • Tropische vleermuizen bestuiven planten en verspreiden zaden, net als bijen en vogels.
  • Vleermuizen kunnen ziektes overdragen (zoals rabiës), maar in Nederland is dat risico heel klein. Aanraken zonder handschoenen wordt afgeraden.
  • De kleinste soort ter wereld, de varkensneusvleermuis uit Thailand, weegt minder dan 2 gram.
  • De grootste soort, de vliegende vos, heeft een vleugelspanwijdte van meer dan 1,5 meter.

Vleermuizen zijn veel fascinerende dieren dan hun reputatie doet vermoeden. Ze zijn geen eng of gevaarlijk ongedierte, maar nuttige, slimme en kwetsbare zoogdieren die een belangrijke rol spelen in het ecosysteem. Zie je er een op een zomeravond fladderen? Dan is dat een goed teken: het betekent dat er een gezonde omgeving is met genoeg insecten en schuilplekken.